Het luierloze leven van Leonoor

Er gaan heel wat pakken luiers doorheen voor je kind zindelijk is. Kan dat niet anders? Ja, roepen luiervrij-aanhangers. Gewoon je baby in zijn blote billen laten, dan wordt hij nog vroeg zindelijk ook. En fijn voor milieu, bedacht Martine de Vente. Ze stapte met haar dochter Leonoor in de wereld zonder luiers.

Mijn schoonmoeder pocht altijd dat ze al haar kinderen - zes stuks - met één jaar al zindelijk had. “Jaja, dat zal wel,” roepen wij als schoondochters dan in koor. In een poging haar gelijk te bewijzen, mailt ze een artikel rond uit een Amerikaanse krant, dat gaat over infant potty training, ofwel baby-zindelijkheidstraining.

Driekwart van de wereldbevolking gebruikt geen luiers, terwijl wij in het westen de berg alleen maar groter maken. Baby’s kunnen hun sluitspieren beheersen, maar verleren dat door luiers, met name door wegwerpluiers. Ze verstoren het leerproces, omdat een baby met een luier die de billen drooghoudt, het verband tussen ‘nat’en ‘droog’ niet meer kan leggen. En daardoor loopt mijn peuter Jan van bijna drie nog met een luier om.

Mijn schoonzussen en ik schuiven het artikel terzijde als overdreven Amerikaans gedoe, gecombineerd met oma’s opvoedkunde uit de tijd dat baby’s werden vastgebonden op de po om ze zindelijk te krijgen. Een paar maanden later drink ik - hoogzwanger - koffie bij Dominique, die in een alternatieve woongemeenschap woont. Ik interview haar over goedkoper leven met kinderen. “Weet je waar je op kunt bezuinigen? Geen luiers meer kopen voor je baby.” Ze vertelt dat haar buurvrouwen Kirsten en Mascha hun babydochters luierloos door het leven laten gaan. “Die laten ze - hup - in de gootsteen plassen, of bij een boom.”

Nou zijn Dominique en haar buren aanhanger van het natuurlijke of intuïtief ouderschap en hebben ze andere dan gangbare ideeën over wat kinderen nodig hebben. Deze ouders vinden dat je een kind moet aanvoelen en dat lukt het best als het je het altijd dicht bij je hebt. Natuurlijke ouders dragen hun baby’s het liefst de hele dag bij zich in een draagdoek, totdat ze zichzelf kunnen voortbewegen. Verder geven moeders zo lang mogelijk borstvoeding op verzoek en de kinderen slapen bij papa en mama in bed totdat ze dat zelf niet meer willen. De baby-zindelijkheidstraining geeft een nieuwe dimensie aan het natuurlijke ouderschap. Met je kind zo dichtbij kun je ook aanvoelen wat zijn toiletbehoeften zijn. En dat geeft het moederschap iets extra’s. Want door behalve met de input - borstvoeding - ook bezig te zijn met de output - plassen en poepen - verdiept het contact met het kind. Sommige moeders beweren zelfs in hun hoofd te horen wanneer hun kind ‘moet’.

Voor aanhangers van het praktische ouderschap, zoals ik, is er een ander groot voordeel aan de baby-zindelijkheidstraining. Je baby kan binnen een jaar zindelijk zijn. Als ik met mijn dikke buik voor de Etos drie pakken voor de prijs van twee in een fietstas probeer te proppen, besluit ik dat ik het toch maar moet proberen. Niet nog eens drie jaar aanbiedingen in de gaten houden. Nog fijn voor het milieu ook. En: ik ruik een goed verhaal. Chef a.i. Alexandra van Ouders van nu kent het fenomeen, maar het lijkt haar ontzettend veel gedoe. “Maar leuk als jij het voor ons wilt proberen,” zegt ze.

Veel gedoe

Mijn vriendin Cecilia doet mijn voornemens af als onzin. Haar promotieonderzoek ging over stofwisselingsziekten en daardoor heeft ze zeker verstand van poepen en plassen. Een baby zindelijk maken is volgens haar onmogelijk, omdat de zenuwen die de sluitspieren besturen nog niet helemaal ‘af’ zijn. En Mariëlle, de meest biologische van mijn schoonzussen, verdenkt me ervan dat ik mijn schoonmoeder gelijk wil geven. “Mij lijkt het niks, maar veel succes.”

Leonoor blijkt behalve de mooiste ook een reuze makkelijke baby: ze eet goed, slaapt goed en - in dit kader erg belangrijk - : poept en plast goed. Maar hoe begin je? Gelukkig is net het boek Je baby op het potje van Laurie Broucke verschenen. Zij is de founding mother van wat ze ‘baby zindelijkheidscommunicatie’ noemt, afgekort tot bcz. Communicatie klinkt aardiger en bovendien is training niet helemaal het goede woord. Er is sprake van communicatie omdat jij reageert op signalen die je baby geeft, en hij reageert weer op jou. Bovendien garandeert de methode geen zindelijkheid. Je baby zou, als je begint in de ontvankelijke periode van nul tot zes maanden, zindelijk kúnnen worden tussen zijn eerste en tweede verjaardag.

Hert boek blijkt een handige leidraad. Een van de eerste dingen die je kunt doen, is de baby monitoren: kijken wanneer hij plast en poept. Dat kan door je kind een paar uur zonder luier neer te leggen op iets absoberends en waterdichts en wachten. Zo zie je hoe de baby zich gedraagt als hij een plas of poep moet. Dat is volgens Laurie Broucke namelijk duidelijk te merken aan een baby. Net als bij poepen, wordt een baby vóór hij moet plassen vaak ook onrustiger, trekt hij rare gezichten of maakt hij geluidjes. Heb je dat eenmaal door, dan kun je een seintje geven door ‘pssst’ of iets anders te zeggen voor het plassen of poepen begint. De volgende stap: wanneer je merkt dat de baby moet plassen, pak je hem op en gaat hij dat na het horen van jouw geluidje ook echt doen. Tenslotte is het zaak de baby niet te laten wennen aan een natte luier en moet je die dus heel vaak verschonen. Gelukkig vallen de mussen van het dak in de maand dat Leonoor wordt geboren, dus er is niets bezwaarlijks tegen haar in haar blote kont neerleggen. En ik heb nog wat kraammatjes over.

Een klaterende plas

Maar hoe weet ik nou dat ze moet plassen? De hele dag naar haar kijken? Ik zou wel willen, maar ik heb wel meer te doen: de was, boodschappen, achterstallige kraamvisite, Jan, papa en ook nog werk. Soms betrap ik haar op een plasje en zeg dan ‘pssst’ maar ik kan geen sein of beweging ontdekken waarmee ze het aankondigt.

Poepen hebben we samen al wel snel onder de knie. Dat kondigt zich namelijk aan door gewurm en gedraai tijdens het borstvoeding. Ik besluit Leonoor zonder luier aan te leggen, met een hydrofieldoek onder haar billen. Wordt er gewurmd, dan transporteer ik haar naar de wc en laat haar in de door Laurie Broucke voorgeschreven houding - beentjes gespreid, ruggetje tegen je onderarmen - erboven hangen. Vaak moet Leonoor daarvan huilen. Maar de poep komt, meestal tenminste, en daarna zijn we allebei opgelucht. Van in de bzc-houding staan, gebogen over de wc met een kind in je armen, krijg ik namelijk ontzettende rugpijn. En dan vergeet ik vaak dat na het poepen ook meestal nog een klaterende plas komt. Of Leonoor is nog niet helemaal klaar met poepen en doet dat dan over mijn kleren. Broertje Jan vindt het razend interessant. Omdat de baby op de wc poept, wil hij dat ineens ook. Hoopgevend.

Maar is het eigenlijk wel gezond wat ik doe? Tijdens een bezoek aan het consultatiebureau vraag ik het de arts. Volgens hem is er niets tegen op je kind luierloos laten. Maar hij kan ook geen argumenten vóór bedenken. Volgens hem hebben baby’s tot acht maanden geen bewustzijn. Tot die leeftijd kun je een kind niets leren. En dat het af en toe lukt om plasjes en poep op te vangen op de wc berust op louter toeval.

Beslagkom als wc

Na een paar weken van heel veel wassen, vloeren dweilen en wc-tegeltjes poetsen (vanwege spuitpoep), besluit ik maar eens te rade te gaan bij de kenners. En zo zit ik op een goede dag in Kirstens huiskamer met aan mijn voeten Kirstens dochter Arte (acht maanden) en Mascha’s dochter Lina (zeven maanden), beiden in hun blote billen. Terwijl ik de twee moeders het hemd van het lijf vraag over het luierloze leven, gaan de twee meisjes terloops nu eens aan de borst en hangen ze dan weer boven een speciaal daarvoor aangewezen beslagkom. Soms met resultaat, maar vaak ook niet. “We eten daar niet meer uit,” grapt Kirsten. Ze begon met Arte toen die negen weken was en ze bekent dat ze de eerste week het huis niet uitdurfde uit angst een plasje te missen. Ook vond ze de boel snel vies worden. “Maar dat went hoor, je moet alleen niet zuinig zijn op je meubels.”

Mascha deed Lina juist een schone luier om zodra ze merkte dat ze had geplast. Op een dag gingen er vijftien luiers doorheen. Ze heeft de baby ’s nachts ook zonder luier naast haar in bed, op een speciale onderlegger. Lina blijft ’s nachts droog, maar doet een nachtplas in een bak die Mascha bij haar bed heeft staan.

Parttime bzc’en

Opnieuw gemotiveerd door het enthousiasme van de luiervrij-adepten zoek ik tussen mijn keukengerei naar een geschikte plas- en poepbak voor Leonoor. Die zet ik in de woonkamer tussen mijn benen, terwijl ik haar erboven hou. Zo kan ik rustig wachten tot alles komt. Maar na een tijdje gaat ze toch weer jammeren. Ik bedenk ook dat het niet zo smakelijk moet zijn als er visite komt.

Een grotere hindernis voor mijn luiervrij-plannen is de creche. Het boek van Laurie Broucke geeft maar een summiere aanwijzing: je kunt bzc ook parttime doen. Ja, en hoe dan? Kirsten en Mascha hebben er geen ervaring mee, omdat ze niet werken. Maar ze geloven dat een enthousiaste leidster vast wel wil meewerken.

Ik peil de stemming bij Lydia, bij wie Leonoor in de groep komt in het kinderdagverblijf. Die schudt ongelovig het hoofd als ze hoort dat er mensen zijn die hun baby geen luier omdoen. En ze moet heel hard lachen als ik voorstel mijn dochter na het slapen en het voeden vrij te laten plassen. “Denk je eens in dat iedereen dat zou willen. Ben ik dáármee bezig.”

Niet van een leien dakje

Intussen ben ik lid geworden van het ’baby’s op het potje’-forum op internet. Daar blijkt dat bzc-en niet altijd van een leien dakje gaat. Een moeder klaagt dat haar houten vloer naar de filistijnen gaat vanwege de ’ongelukjes’ van zoonlief. En erger: een kindje wordt opgenomen in het ziekenhuis met een ernstige blaasontsteking. Oorzaak: te vaak in zijn blote kont op de koude vloer gezeten. Luiervrije kinderen gaan ook in de contramine en zijn een stuk minder droog als ze druk zijn met leren lopen en tanden krijgen. En dan grijpt ook een bzc-moeder naar de luiers - maar dan natuurlijk wel van katoen.

Ik leer op het forum ook hoe ik kan zorgen dat Leonoor niet meer huilt tijdens het poepen. Het kan zijn dat ze de houding niet prettig vindt. Nu leg ik haar na het voeden op haar rug en doe ik de beentjes omhoog boven haar vieze luier met daaronder een hydrofieldoek. Meestal komt het spul dan naar buiten, na een paar keer flink persen en mijn luide aanmoediging.

Groot voordeel is dat een poepsessie voorspelbaar is; een tot de rug en nek vol gepoept rompertje, waarop haar grote broer patent had, is bij Leonoor nog niet voorgekomen. Dat scheelt toch weer een setje kleren en zo ongeveer een half pak billendoekjes. Maar in ons luierbudget zal deze methode echt geen grote gaten slaan. Want we vinden het mooi geweest; na haar poeproutine krijgt Leonoor gewoon weer een schone luier aan. Over twee jaar gaan we het wel weer proberen met plassen op het potje.

Meer weten?

* Je baby op het potje, Laurie Broucke, Thoeris Amsterdam (2006).

* www.diaperfreebaby.org: Amerikaanse site met praktische tips, handige houdingen en natuurlijk veel ervaringen van ouders.

* Stel je bzc-vragen aan ervaren ouders op http://groups.yahoo.com/group/babysophetpotje.